Over levenskunst, stervenskunst en wat er werkelijk toe doet
Wanneer de eindigheid van het leven in zicht komt, wordt alles anders. Wat blijft, is het hier en nu. En de vraag: wat doet er werkelijk toe?
Alles wat vanzelfsprekend leek, komt op losse schroeven te staan. Ieder mens gaat op een eigen manier om met het naderende sterven. Juist dan kan het lastig zijn om elkaar nog werkelijk te bereiken.
Ik heb twee stervensprocessen van dichtbij mogen meemaken. Het stervensproces van mijn dochter Anne Marèl en van mijn moeder. Twee werelden. Twee werkelijkheden. Twee uitersten.
En juist daarin liet het leven mij zien dat sterven vele gezichten heeft.
Twee vrouwen, een gezamenlijke geschiedenis
Anne Marèl overleed op 4-4-2011, de dag dat mijn ouders 50 jaar getrouwd waren. Een dag waarop de sluiers tussen boven en beneden dun voelden, een engelenpoort.
Haar overlijden opende mij en tikte de geschiedenis van mijn vrouwenlijn aan.
Twaalf jaar later startte het stervensproces van mijn moeder op dezelfde dag. Zij overleed op 3-4-2023, op de verjaardag van mijn broer.
De verstrengeling van deze data maakte het proces intens en diep.
Twee vrouwen, twee werkelijkheden
Bij Anne Marèl was er niets meer wat tussen ons in stond. De liefde kon vrij stromen.
De fase van haar puberteit waarin het kon botsen, viel weg toen het er werkelijk toe deed — met het besef van haar eindigheid.
Wat overbleef was puur.
Dat maakte dat het stervensproces anders was. De uitvaart anders was. Mijn plek daarin anders was.
Ik had de kracht om er te zijn voor mijn meisje en mijn andere kinderen. Tegelijk stond ik deels in overleving: gevoelens uit, hoofd aan. Ik kon me het niet permitteren om te voelen, want dan zou ik onderuitgaan.
Achteraf zie ik dat dit ook een beschermingsmechanisme is geweest. Een manier waarop mijn systeem veiligheid creëerde in een onvoorspelbare werkelijkheid. In die overleving ontwikkel je als het ware ook een manier van omgaan met sterven — een stervenshouding die voortkomt uit bescherming, niet uit overgave.
En toch…
Alsof alles klopte, zelfs in het afscheid.
Bij mijn moeder ging ik diep.
Niet alleen in het afscheid, maar vooral in alles wat daaronder lag. Wat nooit uitgesproken was. Wat ik had gedragen, maar wat nooit gezien of erkend werd. Alles wat er wél was, maar in mij nog geen bedding had.
Dat kwam niet stukje bij beetje. Dat kwam in één keer — tijdens haar uitvaart. Mijn lichaam sprak: shaken, uit mijn lijf, huilen. Het was veel om bij te blijven.
En toch kon ik een eerlijk verhaal delen dat ons beiden recht deed.
De twee jaar na haar overlijden brachten mij waar ik toen nog niet kon zijn. Alles wat ik niet kon voelen, heb ik alsnog gevoeld. Alles wat ik had gebagatelliseerd, heb ik aangekeken. Herkenning. Erkenning. Voor haar… en voor mij.
En daardoor is er nu rust.
Niet omdat alles perfect was. Maar omdat alles zijn plek heeft gekregen.
Levenskunst en stervenskunst
Mijn moeder heeft het leven geleefd. En daar ben ik trots op. Ze genoot, zag het mooie, had humor, positiviteit, daadkracht en doorzettingsvermogen. In die zin is zij mijn voorbeeld.
En tegelijkertijd…
Wat zij niet heeft kunnen doen — ook in de tijdgeest van toen — is haar eigen stukken aankijken. Werkelijk verantwoordelijkheid nemen voor haar eigen binnenwereld.
Niet omdat ze het niet wilde, maar omdat ze het niet kon.
Levenskunst betekende voor haar: het goede zien, het leven nemen zoals het komt, maar zonder de diepte in te gaan.
En juist dat maakt dat stervenskunst moeilijk wordt.
Stervenskunst vraagt iets anders. Volledige overgave aan wat is. En uiteindelijk: het loslaten van je leven, je naasten en alles wat je vasthoudt.
Dat is bij haar niet zonder strijd gegaan. Niet omdat ze het niet wilde, maar omdat ze het nooit geleerd had.
Het leven had haar gevormd. Ze had veel moeten loslaten — maar nooit vrijwillig. Het overkwam haar. En dat maakte haar sterven zwaar.
Mijn dochter liet iets anders zien.
Ondanks haar jonge leeftijd had zij al geleerd om haar emoties te voelen, zich over te geven en daarna weer verder te gaan.
Steeds opnieuw.
En dat zag ik terug in haar stervensproces. Een lichtheid. Een zachtheid. Een natuurlijke overgave. Alsof ze wist hoe ze moest loslaten.
Sterven kent vele gezichten
Mijn dochter van 17. Mijn moeder van 84.
Twee belangrijke vrouwen in mijn leven.
En toch…
Voelde het stervensproces van mijn dochter licht. En dat van mijn moeder zwaar. Niet omdat de één meer of minder had geleefd. Maar omdat de innerlijke beweging anders was.
En dat heeft mij laten zien: Sterven heeft vele gezichten. Met talloze gradaties daartussenin.
Wat wil nog gezien worden?
Misschien is dat wel de uitnodiging.
Niet pas aan het einde van je leven. Maar juist nu.
Wat wil nog gezien worden? Wat wil nog uitgesproken worden? Wat vraagt nog om erkenning?
Niet alles kan ontvangen worden door de ander. Niet alles kan opgelost worden samen.
Maar alles wat jij voelt… mag wel gezien worden door jou.
Want wat niet gezien wordt, blijft bestaan in stilte.
En wat wel gezien wordt, kan verzachten, landen en tot rust komen.
Soms pas later. Soms pas na het afscheid.
Maar altijd… wanneer jij bereid bent om het aan te kijken en te blijven, te voelen.
Rauwe rouw en erkenning
Wat ik later pas werkelijk kon zien… is dat ik mezelf daarin ook heb verlaten.
Jarenlang heb ik onbewust de zwaarte van mijn moeder gedragen. Ik voelde: zij heeft het al zwaar. Zij was de zondebok van de familie.
En daarin heb ik mijn eigen gevoel weggedrukt. Gebagatelliseerd. Mezelf in de kou gezet.
De illusie van een gelukkige jeugd bleef bestaan naast de waarheid die ik nog niet kon voelen. Totdat mijn bewustzijn groeide. Totdat ik wél kon zien wat er ook was.
En toen zij overleed… kwam alles in één keer vrij.
Niet alleen het verdriet om haar. Maar ook het rauwe besef: de erkenning waar ik zo naar verlangde, zou ik nooit meer van haar krijgen.
Het verlies van haar… en het verlies van wat er nooit is geweest.
Dat is rauwe rouw.
En tegelijkertijd…
Een jaar later, via een medium, kwamen woorden van mijn moeder die ik nooit had gehoord:
“Lieve schat, ik kon het niet. Ik heb het niet gezien. En ik heb jou tekort gedaan. En anders had ik het zo graag anders willen doen.”
Alsof er alsnog iets werd aangeraakt. Niet om het verleden te veranderen, maar om te laten voelen: het lag niet aan jou.
En misschien ligt hierin iets essentieels:
Dat erkenning soms niet komt op de manier waarop je hoopt. Niet op het moment dat je het nodig hebt.
Maar dat het leven een weg vindt om dat wat gezien wil worden, alsnog aan te raken.
Zodat ook dat deel in jou niet ongezien hoeft te blijven.
En misschien wel het belangrijkste: Dat jij jezelf die erkenning geeft. Je innerlijk kind ziet en hoort, en haar geeft wat ze zo nodig had.
Tot slot
Je hebt niet alles in de hand.
Maar binnen alles wat er is… is er altijd een beweging mogelijk.
Naar binnen. Naar eerlijkheid. Naar voelen.
Daar ontmoeten Levenskunst en Stervenskunst elkaar.
Op zaterdag 2 mei ben ik in het Brugwachtershuisje in Maarssen, waar levenskunst en stervenskunst elkaar ontmoeten.
Dit is meer dan een praatcirkel. Het is een bedding waarin dat wat geleefd wil worden, op creatieve wijze ruimte krijgt.
Voel je welkom om aan te sluiten.
👉 https://nicolebroers.nl/samen-zijn-levenskunst-stervenskunst/
Verbonden in Licht en Liefde,
met elkaar en voor elkaar,
samen zijn we één,
Nicole


