Een verpletterende boodschap
Je krijgt de boodschap dat diegene van wie jij zielsveel houdt niet lang meer te leven heeft. Hoe ga je daar in godsnaam mee om? Daar is geen gebruiksaanwijzing voor en ieder doet dat op zijn eigen wijze. Er is geen goed of fout.
Deze boodschap kregen wij — onze dochter Anne Marèl, haar vader en ik — ruim vijftien en een half jaar geleden. Hoe dan toch verder?
Het leven nam ons mee in een rollercoaster waarin een adempauze, even uitstappen, niet aan de orde was.
Hoop als overlevingskracht
Wanneer ik lees wat ik ruim vijf jaar geleden schreef:
“Ondanks de verpletterende uitslag dat mijn kind niet lang meer te leven had, wilde ik daar absoluut nog niet aan. Ik bleef hoop houden, ik bleef positief. Hoe kon ik het anders doen? Mijn ‘positieve manier’ had alles te maken met het feit dat ik nog niet kon accepteren dat mijn kleine meisje zou komen te overlijden. Ik was op mijn manier nog altijd aan het ‘vechten’.”
Wanneer ik dat nu zo teruglees, zie ik dat dit niet de volledige waarheid was.
Natuurlijk was ik grotendeels in de overlevingsmodus geschoten. Er was geen andere mogelijkheid. Voor mij betekende dat het afsluiten van mijn hart om niet te hoeven voelen, en het verhuizen naar mijn hoofd — leven vanuit denken. Mijn lichaamsbewustzijn, dat er al weinig was, werd nog verder uitgeschakeld.
Ik leefde op adrenaline, op wilskracht en doorzettingsvermogen. Het was noodzakelijk. Ik had er te zijn voor Anne Marèl en voor mijn andere twee kinderen. Al mijn overlevingsdelen gingen volledig aan: zorgen, aanpassen, doen wat nodig was voor de kinderen, belangrijker dan mijn eigen behoeften.
Wanneer lichtpuntjes van binnenuit ontstaan
Ondanks alles — of misschien juist dankzij deze periode — zijn er in mij lichtpuntjes van binnenuit ontstaan. Alle emoties, de pijn en het gemis heb ik uiteindelijk steeds meer kunnen toelaten. Vanuit die bedding zijn deze lichtpuntjes ontstaan, die mijn waakvlammetje opnieuw hebben doen ontwaken tot een innerlijk licht.
Ik was in de loop der tijd mijn ‘positieve kijk’ kwijtgeraakt. Mijn glas was halfvol geworden. Terwijl daar geen reden voor was. Ik had alles wat mijn hart verlangde — en dan heb ik het niet over het materiële.
Door naar Anne Marèl te kijken, naar hoe zij omging met ziek-zijn en sterven, herken ik mezelf weer. Ik herinner me hoe ik dat zelf als kind deed.
Hoop als aanwezigheid
Van haar heb ik geleerd het leven niet als vanzelfsprekend te nemen. Dat het leven te kostbaar is, en dat het belangrijk is om er iedere dag opnieuw van te genieten. Dat is wat ik steeds meer ben gaan doen.
En misschien nog wel het belangrijkste: ik leef in het hier en nu. Meer is er niet, en meer krijg ik ook niet.
Positief blijven en hoop houden was voor mij geen ontkenning van de werkelijkheid, maar de enige manier waarop ik in die fase aanwezig kon blijven — bij mijn kind en bij het leven zelf.
Op deze manier kon ik, zolang dat mogelijk was, alles uit het leven halen wat er nog in zat. Doen en laten wat nog belangrijk was. Samen zijn met de mensen van wie ik houd.
Dit heeft mij ongelooflijk veel gebracht. Het is een wezenlijke kwaliteit van mij geworden. Niet voor niets wordt gezegd: hoop doet leven. En zo is het.
Verbonden in Licht en Liefde,
met elkaar en voor elkaar
samen zijn we één
Nicole


