Ooit, lang geleden naar je gevoel, heb je als kind of jongvolwassene je ouder, broer of zus verloren. Misschien waren het meerdere verliezen in korte tijd. Dit overlijden bracht een totale ontwrichting van je gezin met zich mee. Er was een tijd vóór het overlijden en een tijd erna. Niets is meer hetzelfde gebleven, niets ging meer vanzelf. Of dat werkelijk zo was of vooral jouw beleving, doet er in wezen niet toe. Het was jouw werkelijkheid.
Wanneer alle aandacht naar je ouders ging
Alle aandacht van de mensen om je heen ging veelal uit naar je ouders, niet naar jou als kind of jongvolwassene. Jij voelde haarfijn dat hun verdriet groter, zwaarder en zichtbaarder was dan dat van jou. In jouw verlies, jouw pijn en jouw verwarring werd je nauwelijks gezien. Want wie was er eigenlijk voor jou?
Loyaliteit als overlevingskracht
Je was meer kwijt dan alleen degene die overleden was. Ook je ouder(s) waren niet meer wie ze waren. Zij werden volledig in beslag genomen door hun eigen pijn en verdriet en waren (bijna) niet meer in staat om emotioneel aanwezig te blijven, om jou te geven wat je als kind zo nodig had. Jij voelde haarfijn hoe groot hun moeite was om überhaupt te blijven staan, als dat al lukte.
Als kind was je loyaal aan het familiesysteem, aan je gezin, aan je ouders. Je probeerde op jouw manier de gaten te dichten die waren ontstaan. Je paste je aan door het ‘makkelijke kind’ te worden, de engel. Door te zorgen en te helpen werd je de redder, de verpleegkundige. Door veel te geven werd je het gevende kind, het bloemenmeisje. Door niet te klagen en alle ballen in de lucht te houden werd je degene die doorzet, de gewichtheffer. Het was jouw manier om het familiesysteem in balans te houden. En ook jouw manier om toch gezien te worden, te krijgen wat je nodig had.
Dat was geen bewuste keuze en geen fout. Het was intelligentie, liefde en overlevingskracht. Het was wat toen mogelijk was. Wellicht even helpend, alleen op het moment dat deze beweging niet gezien, herkend en erkend wordt, dat ten koste van jou gaat, dan is het niet langer passend geven. In de loop van de tijd identificeer je je met deze rol en raak je steeds verder verwijderd van wie je werkelijk bent.
De doorwerking in je volwassen leven
In je volwassen leven wordt dit vaak de manier waarop je de verbinding aangaat met de ander. Je belandt in relaties die niet gelijkwaardig zijn. Jij bent degene die geeft, draagt, zorgt, trekt en doorzet, vaak niet passend en ten koste van jezelf. En waar blijf jij in dit verhaal?
Op de achtergrond speelt vaak een diepe angst om opnieuw te verliezen. Overbezorgdheid, weinig vertrouwen, onzekerheid en soms onderdrukte boosheid kleuren je leven en je relaties. Je wordt heen en weer bewogen tussen verlatingsangst en bindingsangst. De dynamiek van aantrekken en afstoten is daar een uiting van.
Toen kwam je niet toe aan je eigen verdriet en je eigen rouw. Je had immers je ouders om voor te zorgen, en misschien ook nog een overgebleven broertje of zusje. Zeker vroeger werd er nauwelijks gesproken over degene die overleed. Emoties werden niet geuit, laat staan gevoeld.
Wanneer het hart sluit en je gaat overleven
Om niet meer te voelen, sloot je je hart en verhuisde je naar je hoofd. Deze beweging heeft een duidelijke consequentie: je voelt de pijn niet meer, maar ook de fijne dingen in het leven niet. De verbinding met jezelf raakt verloren en daarmee ook de verbinding met de ander. Je leeft niet meer, je overleeft.
Je hebt geen stabiele, autonome en veilige basis in jezelf kunnen ontwikkelen. Dat laat zich zien in je relaties, in je leven en in je lichaam, als leegte, onrust of zelfs het gevoel dat je niets meer voelt. Het wordt een opstapeling van niet doorleefde levenslessen. Je bent aan het overleven en wilt zo graag leven. Alleen hoe dan?
De invloed van een vroeg verlies kan immens zijn en wordt vaak gebagatelliseerd met zinnen als: ‘je was nog zo jong’ of ‘het is al zo lang geleden’. Juist omdat het zo vroeg was, is het zo diep gaan zitten. Zelfs in de hulpverlening wordt de gevolgen onderschat.
Wanneer verlies generaties doorwerkt
Wanneer jouw ouders zelf op jonge leeftijd een verlies hebben gekend, begon de breuk vaak al een generatie eerder. Hun ouders – jouw grootouders – waren door dat verlies emotioneel niet of minder beschikbaar. Jouw ouders groeiden op in die leegte, zonder werkelijk gedragen te worden in hun eigen pijn. Vanuit die basis werden zij later zelf ouder. Niet omdat ze niet wilden, maar omdat ze het zelf nooit geleerd hadden, konden zij emotioneel beperkt beschikbaar zijn. Zo werkt verlies, vaak onzichtbaar en onbesproken, door van generatie op generatie.
Mijn eigen bedding
Verlaat verdriet, dubbel verlies en uitgestelde rouw zijn thema’s die ik diep ken. Mijn ouders hebben beiden als kind hun vader verloren, waardoor zij emotioneel niet beschikbaar konden zijn. Ik ben grootgebracht vanuit angst, gebrek aan vertrouwen en overbezorgdheid. Ik wist niet beter. Dit was wat mij is voorgeleefd.
Dit was ook, lange tijd, de manier waarop ik er was – of beter gezegd niet was – voor mijn kinderen. Het overlijden van mijn dochter Anne Marèl bracht mij het heldere inzicht dat ik dit niet nog verder wilde doorgeven. Ik wilde mijn kinderen in vertrouwen volwassen laten worden, niet vanuit angst en controle.
Dat betekende verantwoordelijkheid nemen voor mezelf, naar binnen kijken, processen van bewustwording, inzicht en transformatie aangaan. Niet om iets te repareren, maar om weer in verbinding te komen met mezelf en vandaaruit op een andere manier te kunnen uitreiken naar de ander.
Herkennen wat hier beschreven staat, is geen zwakte. Het is een begin van zien. En zien alleen al maakt ruimte.
Verbonden in Licht en Liefde,
met elkaar en voor elkaar
samen zijn we één
Nicole


