Theddie, mijn grote, kleine hondje. Mijn spiegel en mijn zielenmaatje
Een vriend voor iedereen — voor mijn kinderen, de meiden van de opleiding — echt een allemansvriendje. En tegelijk heeft hij maar één ‘mama’ op wie hij gefocust is, aan wie hij trouw is, met zijn volle aandacht en liefde. Dat ik die plek mag innemen, daar ben ik dankbaar voor.
In september 2015 ben ik ‘op mezelf’ gaan wonen. De vader van mijn kinderen en ik gingen uit elkaar. Ik kwam terecht in een fijn huisje, wat meer uit de bewoonde wereld. In die tijd droomde ik, midden in de nacht, dat ik een hondje moest nemen.
De volgende dag had ik een afspraak met een cliënt. Zij nam haar dochter van 18 mee — en een hondje. De dochter vertelde hoeveel hun hond voor haar en hun gezin had betekend. Mijn eigen dochter was op dat moment ook 18. Dat voelde als een bevestiging. Geen grote hond, dat was meteen duidelijk. Daar voelde ik nog angst bij. En opnieuw een levend wezen opvoeden — dat zag ik toen ook niet zo zitten.
Intuïtief ging ik zoeken en kwam uit bij het nestje van Theddie, een shorky. Met mijn biotensor testte ik uit: hij moest het zijn. Zijn broertje kwam enthousiast naar me toe, maar was zó klein dat ik hem bijna liet vallen. De eigenaresse zei: “Je kunt beter die ander nemen, die kan beter tegen een stootje.” En zo geschiedde.
Theddie is inmiddels tien jaar. Hij is onderdeel van ons gezin. Hij is de enige die 24/7 bij me is.
Hij voelt me. Hij ziet vaak eerder dan ikzelf wanneer ik verdrietig ben of niet goed in mijn vel zit. Dan gaat hij voor me zitten en kijkt me aan. Stil. Aanwezig.
En wanneer ik huil, komt hij bij me, en likt de tranen van mijn gezicht. Zo aandoenelijk, hij blijft dan iedere keer weer terugkomen, net zo lang tot ik stil ben. Ik vind het niet prettig, dat gelik in mijn gezicht, maar ik laat het toe omdat het zo lief en ook helend is. Na afloop was ik gewoon mijn gezicht.
Terug naar mijn lijf
Vorige week gebeurde het opnieuw, hij zat voor me en keek me heel doordringend aan. Hij was uitgelaten, had gegeten, we hadden geknuffeld en gespeeld. En toch bleef hij onrustig. Wilde hij naar buiten? Ons buurhondje was loops. Maar ergens voelde ik: dit is het niet.
Ik was weer in een oud, uitgesleten karrenpad gestapt: werken en door. Al weken zat ik achter mijn laptop. Een stip op de horizon, focus, gaan. Niet meer vanuit mijn oude energie — maar toch.
Ik ging op de bank liggen. Ik voelde mijn hart. De tranen kwamen en vloeiden rijkelijk. Ik moest huilen. En dat was precies wat Theddie al had opgepikt in de onderstroom.
Ik weet dat ik goed naar mijn lijf kan luisteren. Dat ik op tijd moet stoppen. Dat ik goed voor mezelf moet zorgen. En toch — als ik enthousiast word over wat ik ga brengen, ga ik weer. Gefocust werken. Wat nu gelukkig ook weer kan, maar niet eindeloos.
Mijn lichaam vroeg om een aantal stappen terug. Het was nog niet de tijd. Het was een periode om te cocoonen. Om even niets. En pas in het voorjaar weer naar buiten te komen. En tegelijk voelde ik: ja, zo werkt het voor mij.
Ik mag leven
Ik maakte de keuze om een paar dagen rustiger aan te doen. Op de bank liggen. Slapen. Afspreken met gelijkgestemden. Mijn kinderen zien. Een film kijken. Een boek lezen.
Kortom: weer leven in plaats van alleen maar achter mijn laptop zitten.
Een paar dagen later schrijf ik dit. En ik kan oprecht zeggen: deze rust — deze integratiedagen — hebben me veel gebracht. Nieuwe mogelijkheden. Niet omdat ik er hard voor werk, maar omdat ik ze belichaam.
Het enige wat ik nu doe, is ze op mijn gemak verder laten ontstaan.
Ik ben hier. En dat is genoeg.
Verbonden in Licht en Liefde,
met elkaar en voor elkaar
samen zijn we één
Nicole


