Wat is betekenis van dharma werkelijk? Voor mij persoonlijk betekent dharma, het herkennen van velden voorbij gedrag en verhaal. Het is niet iets wat ik van jongs af aan al zuiver leefde. Het is iets waar ik naartoe ben gegroeid — door persoonlijke ontwikkeling en spirituele groei, door het aankijken van mijn eigen pijn, en door jarenlang in het veld van anderen te staan, geraakt, gespiegeld en uiteindelijk steeds helderder.
De betekenis van dharma
In Advaita en in de Vedische traditie betekent dharma niet simpelweg wat je moet doen of een plicht die je moet vervullen. Die vertaling is te klein en werkt vaak verwarrend.
Dharma verwijst naar iets veel stillers: de natuurlijke orde van je wezen. Het is de beweging die ontstaat wanneer je leeft in overeenstemming met wie je werkelijk bent, zonder innerlijke strijd, zonder vervorming, zonder overleving.
Het is dus geen taak die je opgelegd krijgt en ook geen rol die je moet spelen. Het is eerder de manier waarop het leven zich door jou heen wil uitdrukken wanneer je niet langer tegen jezelf ingaat.
Wanneer je het zo bekijkt, wordt zichtbaar dat dharma zich niet ineens aandient als een keuze, maar zich langzaam ontvouwt door het leven zelf — door alles wat je doorleeft, doorziet en belichaamt.
Van overleving en oordeel naar bewustwording
Vanuit mijn trauma, vanuit verlatingsangst en de diepe angst om te verliezen, heb ik in mijn leven zeker geprobeerd om mensen te veranderen. De vader van mijn kinderen, en ook de dynamiek met mijn moeder raakten lagen in mij waarin ik nog niet vrij was. Daar zat strijd, daar zat oordeel, daar zat het verlangen dat het anders zou zijn zodat ik me veiliger kon voelen. Ook mijn eigen twee meisjes wilde ik ‘opvoeden of liever gezegd, vormen’ naar normen en waarden, die niet eens de mijne waren. Een onbegonne taak, zij spiegelden mij met hun gedrag keihard. Dit bleek een ‘no-go’ te zijn. Een niet te verstane uitnodiging aan mij om naar mezelf te kijken.
Pas toen ik rond mijn achtendertigste met persoonlijke ontwikkeling aan de slag ging, begon er iets open te breken. Ik ging zien hoe patronen werken, hoe overleving zich vastzet, en hoe je jezelf kunt leren ontmoeten in plaats van de ander te willen sturen.
Mijn opleiding als spiegel en initiatie
In de dertien jaar waarin ik mijn opleiding gaf, kwamen er veel vrouwen met hun eigen levensverhalen, uitdagingen en traumastukken. Ik kon hun veld zien. Niet alleen wat ze deden, maar waarom ze het deden.
Ik zag hun kwaliteiten.
Ik zag hun overlevingsmechanismen.
Ik zag hun trauma.
Dat betekende niet dat ik daar “boven” stond of dat het me niet raakte. Integendeel. De meiden van de eerste twee opleidingsgroepen waren er echt ook voor mij, onze gezamenlijke energie was zacht en liefdevol. De spiegels van de latere groepen die ik kreeg waren regelmatig snoei- en snoeihard. En precies dankzij die spiegels ben ik zó gegroeid. Ik keek erin. Ik nam verantwoordelijkheid, reflecteerde met als gevolg processen van bewustwording, inzicht en uiteindelijk transformatie en heling.
Er waren ook mensen die niet wilden kijken, die nog in overleving zaten, die projecteerden. Dat maakte het soms zwaar. Maar ik bleef zien: dit is het veld. Dit is de beweging die zichtbaar wil worden.
Binnen de opleiding was dit voor mij ook een wezenlijk uitgangspunt: wie een goed holistisch therapeut wil zijn, moet bereid zijn zichzelf werkelijk te ont-moeten. Dat betekent dat je door je eigen zwaarte, pijn en trauma heen gaat, dat je je patronen en dynamieken onder ogen ziet — ook die uit je familiesysteem die nog door jou heen worden geleefd.
Niet om jezelf te verbeteren, maar om vrij te worden. Zodat je een ander niet meer vanuit je eigen wonden begeleidt, maar vanuit aanwezigheid.
Van dragen naar veldherkenning zonder haakjes
Wat daar doorheen is ontstaan, is een wezenlijk verschil.
Vroeger kon ik het veld van anderen dragen, soms zelfs onbewust overnemen. Nu herken ik het veld, maar ik hoef het niet meer te dragen.
Niet omdat ik me bescherm met technieken of visualisaties, maar omdat ik mijn veld ben gaan bewonen. In mijn lijf, in mijn aanwezigheid, in mijn waarheid.
Wanneer ik daar werkelijk sta, zijn er geen haakjes meer. Niet omdat ik dicht ga, maar omdat er niets meer in mij is dat vastgrijpt of zich verliest.
De drie lagen van mijn dharma
In de loop van mijn leven is mijn dharma steeds duidelijker geworden. Niet als één taak, maar als drie natuurlijke lagen die samen mijn wezenlijke beweging vormen.
Aanwezigheid bij overgang
Mijn eerste en diepste laag is het vermogen om aanwezig te zijn bij overgangsmomenten. Wanneer iets in een mensenleven sterft — een identiteit, een relatie, gezondheid, zekerheid — en iets nieuws nog geen vorm heeft, kan ik het veld dragen waarin die overgang plaatsvindt. Niet om te veranderen of te repareren, maar om ruimte te houden waarin het nieuwe kan ontstaan.
Het herkennen van waarheid in mensen
De tweede laag is het herkennen van het veld van iemand. Ik zie niet alleen gedrag of verhaal, maar ook de kwaliteiten, de overlevingsmechanismen en het trauma — én de beweging waar iemand naartoe groeit. Daardoor kan ik blijven zien wat in wezen al heel is, zelfs wanneer iemand dat zelf nog niet kan ervaren.
Het belichamen van vrede in mezelf
De derde laag, die nu steeds zichtbaarder wordt, is het belichamen van innerlijke vrede en harmonie. Niet als iets wat ik doe, maar als een staat van zijn. Vanuit die rust kunnen mensen voelen dat het mogelijk is om te leven zonder innerlijke strijd.
Van doen naar belichamen
Vroeger leefde ik mijn dharma vooral door te doen en te dragen. Nu leef ik hem steeds meer door te zijn.
In die verschuiving wordt mijn dharma eenvoudiger en tegelijk dieper: het belichamen van een aanwezigheid waarin mensen zichzelf kunnen herkennen, voorbij hun verhaal, voorbij hun rollen, in wie zij in wezen zijn.
Verbonden in Licht en Liefde,
met elkaar en voor elkaar
samen zijn we één
Nicole


